home

religieus centrum

abdij

abdijbier

abdijwijn



.: INFO ABDIJ :.
Korte abdijgeschiedenis van onze streken

Vijftig jaar na de dood van Benedictus zond paus Gregorius de Grote enkele monniken naar Engeland. Ook Noord-ItaliŽ en GalliŽ maakten vlug kennis met de Regel van Benedictus. Maar in de 7e-8e eeuw werd bij de Franken ook de Regel van Columbanus gebruikt. Vaak gebruikten de communiteiten deze 2 Regels samen en namen daaruit wat het meest geschikt leek. De eerste grote namen in de missionering van onze streken waren monniken zoals een Amandus, Eligius, Remaclus, Wilfried, Willibrord. Hun abdijen zoals Elnone, Gent, Stavelot-Malmťdy, Echternach onderhielden meestal zulke "gemengde Regel".

Onder invloed van de Karolingische vorsten werd de Regel van Benedictus stilaan de enige norm die in de abdijen gevolgd werd. De grote promotor was Benedictus van Aniane (750-821). In de 8e-9e eeuw telde men meer dan 30 kloosters in het gebied van de huidige Benelux. Befaamde brandpunten van geloof waren Nijvel, Fosses, Gent, Lobbes, Sint-Truiden, Saint-Hubert, Stavelot.

Door de ontwrichting van het Karolingisch Rijk en door de invallen van de Noormannen op het einde van de 9e eeuw gingen de meeste van deze abdijen ten onder. En wie overleefden, kwamen vaak in de handen van leken die in hun functie van abt alleen maar een bron van inkomsten zagen.
Maar in het begin van de 10e eeuw kwam een herstel van binnenuit en op verschillende plaatsen vond een hervorming plaats waarvan die van Cluny de bekendste is. Ook in onze streken werd een herleving merkbaar die parallel liep met de hervorming van de Lotharingse kloosters en van Cluny. Oude abdijen werden hersteld en in de 10e-11e eeuw gebeurden er heel wat nieuwe stichtingen in onze streken o.a. Brogne met abt Gerard als bezieler van een herstelbeweging in Vlaanderen, Henegouwen en NormandiŽ; maar ook Gembloers, Geraardsbergen, Luik, Florennes, Ename, Affligem, Oudenburg moeten vermeld worden. De benedictinessenstichtingen waren minder talrijk. Mesen is gesticht in 1065, Gistel in 1084 en Kortenberg op het einde van de 11e eeuw.

In de 12e eeuw bleek weldra dat de benedictijnen te sterk bleven vasthouden aan het monastieke leven van het Karolingische type om een antwoord te kunnen bieden aan de eisen van een nieuwe mentaliteit van de groeiende steden en universiteiten. De aandacht ging vooral naar de opkomende cisterciŽnzerabdijen. In ons land noteren wij b.v. Orval, Villers, Ter Duinen. Toch zaten de benedictijnen niet stil De abdij Affligem richtte een reeks priorijen op waarvan er later abdij werden: Frasnes-lez-Gosselies in 1099, Neerwaver omstreeks 1100, Sint-Andries bij Brugge, Bornem in 1120, Vlierbeek bij Leuven werd rond 1112 aan Affligem overgemaakt. Twee vrouwenkloosters hingen eveneens van de Brabantse abdij af: Vorst (1107) en Groot-Bijgaarden (1133). Andere benedictinessen-kloosters waren Merkem (vůůr 1110), Nonnenbos nabij Ieper en Gislenghien in Henegouwen (1128).

In de 13e eeuw werden in onze streken heel wat cisterciŽnzerabdijen voor vrouwen gesticht. De 14e eeuw was een tijd van verzwakking; de clausuur werd niet meer streng onderhouden en ook werd de gelofte van armoede laks geÔnterpreteerd, zodat de meeste conventuelen over soms belangrijke eigen bezittingen beschikten; de abdijen zagen zich ook van buitenaf novicen opgedrongen die niet voor het monastieke leven geschikt waren. De oorlogen en vooral de Honderdjarige Oorlog waren ook niet vreemd aan dit langdurig verval.

Om het verval tegen te gaan, groepeerden vele abdijen zich in de 15e maar vooral in de 16e eeuw onder invloed van het Concilie van Trente; zij vormden dan congregaties en kenden aldus een hernieuwde bloei. De meeste benedictijnerkloosters in de Noordelijke Nederlanden sloten zich in de 15e eeuw aan bij Bursfeld. In het Zuiden volgden op de benedictinessenabdij van Gistel (1480) in de 16e eeuw ook nog de abdijen van Gembloers, Sint-Andries, Affligem en Ename. Nog in 1603 sloot Sint-Truiden zich aan. Er ontstonden ook nieuwe initiatieven om dichter aaneen te sluiten en gemeenschappelijke hervormingen door te voeren. In 1569 verenigden de abdijen van Sint-Vaast te Atrecht, Sint-Bertijn te Sint-Omaars, Sint-Pieter te Gent zich in de "Congregatie van de Exempten van Vlaanderen". De abdijen van St.-Denis-en-Broqueroie, Sint-Adriaan te Geraardsbergen, Affligem en St.-Ghislain legden in 1628 de grondslag voor de "Congregatie van O.L.Vrouw-Presentatie". Eminente persoonlijkheden als Benedictus van Haeften in Affligem en Henri de Buzegnies eerst in Geraardsbergen en vervolgens in St.-Denis-en-Broqueroie speelden hierin een voorname rol. De Geheime Raad steunde de vorming van deze Congregatie en zag hierin een mogelijkheid tot versteviging van hun nationalistische kerkpolitiek. Maar pogingen om Sint-Bertijns en de Gentse Sint-Pietersabdij te hervormen en te doen aansluiten bij die Congregatie mislukten.

In de Oostenrijkse Nederlanden vormden de politiek-religieuze plagerijen van keizer Jozef II een ernstige hinderpaal voor de normale werking van de congregaties. Op 18 nov. 1781 verbood hij dat de regulieren nog contacten zouden onderhouden met oversten in het buitenland. Hij wou het Romeins gezag zoveel mogelijk beperken en vervangen door een nationaal georganiseerde kerk. Het jaar daarop besloot de keizer tot opheffing van alle "nutteloze" kloosters waarvan de leden zich niet sociaal verdienstelijk maakten. Daarbij kwam dat het Jansenisme nogal wat aanhangers gevonden had bij de monniken en de filosofie van de Verlichting vond er nog meer. Er volgde een gevaarlijke gezagscrisis. De abt, ook als hij geen commendataire abt was, leefde gewoonlijk niet samen met de monniken; de kloosterlingen zelf leidden praktisch geen gemeenschappelijk leven meer. De prachtige abdijgevels konden maar moeilijk de scheuren binnenin verbergen. Geen enkele nieuwe stichting gebeurde in de Zuidelijke Nederlanden tijdens de 18e eeuw, ook niet bij de monialen die zich in de 17e eeuw zo levenskrachtig hadden getoond. Tenslotte maakte de Franse Revolutie korte metten met het monastieke leven. In 1796 werd de Franse wetgeving ook toegepast op de Zuidelijke Nederlanden en werden de
k
loosters opgeheven.

Enkele communiteiten van benedictinessen slaagden er nochtans vlug in het reguliere leven te hernemen o.a. de benedictinessen van Luik, Brugge en Menen. Zij slaagden er zelfs in om min of meer clandestien hun monastiek leven voort te zetten gedurende deze bewogen periode. Bij de benedictijnen trachtten monniken van Gent, Waulsort en Affligem in 1814 tevergeefs hun abdij opnieuw te starten. In 1837 kon Dom Veremundus D'Haens, monnik van Affligem, zijn abdij laten herleven te Dendermonde. Deze nieuwe abdij werd in 1858 geaffilieerd bij de Congregatie van Subiaco. In 1870 herstelde de communiteit van Dendermonde het oude Affligem en in 1879 stichtte ze het nieuwe klooster van Steenbrugge. Daarbij stichtten monniken uit Beuron in 1872 de priorij van Maredsous die in 1878 abdij werd. Maredsous zou op zijn beurt in 1899 de abdij Keizersberg te Leuven stichten en in hetzelfde jaar meewerken aan de stichting van Sint-Andries te Brugge.

 

.: Abdij der Benedictijnen VZW :.
Vlasmarkt 23 - 9200 Dendermonde
Tel. (052) 33 87 80 - Fax (052) 20 15 59
Algemeen: abdij@abdijdendermonde.be
Abt: abt@abdijdendermonde.be
Economaat: economaat@abdijdendermonde.be


Designed and hosted by Orion Productions